B_coverboek

Doodenge verhalen voor gruwelijke kinderen #2

bos_final

De hond van Mink

 De jongen op dit plaatje
Die woont in onze straat.
Het is een stille jongen,
zo één die weinig praat

Hij heeft heus wel vrienden hoor,
op school en van het plein
Maar het liefst dan liep hij met zijn hond ,
dat vond hij heel erg fijn.

De hond z’n naam was Arie,
En de jongen die heet Mink
En als ze samen speelden
dan leken ze heel flink

Zijn hond daar liep hij altijd mee,
of rende vaak heel vlug
En gooide Mink een takje weg,
dan bracht zijn hond hem terug

Vaak hoorde je een blaf van Arie,
maar dat was heel gewoon
Dan zat die gekke Mink gewoon
weer ergens in een boom

Of in het bos, daar waren ze vaak,
dat vonden ze te gek
Ze renden dan wat rondjes,
op een vreemde open plek

En op dat open plekje,
verscholen tussen bomen
Daar zijn Minkie en zijn hond
nog heel vaak terug gekomen

Het was daar stil
en stond vol met bloemen
En in de lente kon je zelfs,
de muggen horen zoemen

Arie snuffelde en speelde,
(pas op voor boze bijen!)
En er was een cirkeltje,
gemaakt van kleine keien

Arie was een beste hond
en luisterde heel braaf
Want Mink die riep dan doodgewoon,
“Zit”, of “Lig” of “Laag”

Dat was wel nodig hoor in onze buurt
met auto’s, scooters, fiets
Want grote mensen op de weg
die zien gewoon soms niets

En als Mink naar voetbal ging
of op zondag wilde zwemmen
Dan reden auto’s veelste hard
en stonden op hun remmen.

Maar op een dag was er een auto
en die reed  gewoon door rood.
Het was net toen Arie overstak
en was in één keer dood.

Arie lag toen op de weg
Zijn kopje half scheef
Mink die riep het beessie nog
Waar of hij nou toch bleef

De man die is nog wel gestopt
En opende zijn raam
Mink, die gaf hij toen wat geld
“Heb je hier wat aan?”

En toen de man de straat uit reed
Drong het zachtjes tot hem door
En die Euro in zijn hand?
Daar kocht je nog geen hamster voor.

En Mink die is een week,
niet meer naar school gegaan
De meester kwam nog op bezoek,
zelfs hij was aangedaan

Mink heeft toen die avond
zijn vader opgewacht,
En hebben samen, ‘het was al laat,
Arie weggebracht

Mink die zei “ik weet een plek,
daar speelde Arie graag”
Een open plek hier in het bos,
rechtsachter deze haag

Ze zijn toen maar gaan graven,
een kuiltje in het bos
Die hond die werd er in gelegd,
bedekt met nog wat mos

En midden in die cirkel,
het weer dat werd zelfs slecht
Heeft Mink zijn dode beestje
voor het laatst vaarwel gezegd

De regen viel maar uit de lucht
en Mink werd kleddernat
Een enkel traantje kwam er nog,
toen had hij het gehad.

De week daarna heeft ie het graf
nog twee keertjes bezocht
En Mink heeft toen, vlak daarna,
twee goudvisjes gekocht

Maar op een avond vlak voor Kerst
en Mink die lag te dromen
Hoorde hij een zacht gejank
het kwam van bij de bomen.

Heel stiekem is hij toen die nacht,
,De regen viel met bakken,
Zijn bed weer uitgegaan
om een zaklampje te pakken

En in zijn rode blokjes pyama
En op hele dikke sokken
Liep mink die nacht weer door het bos
Door het zachte mos te sjokken

En toen hij bij de plek aankwam
Hij hoorde al wat grommen
Was het dode hondje Arie
Zijn graf weer uitgeklommen

En mink die vond het wel wat gek
Hij dacht “wat is hier loos?”
Zijn hondje Ari was toch dood
met oogjes levenloos..

Maar Ari sprong en rende rond
En speelde wat met takken
Het was alsof zijn rottend lijf
De smaak weer had te pakken

En zo had Mink zijn hond weer terug
En slaapt weer in de mand
Je moet alleen voorzichtig zijn
Hij bijt graag in je hand

En sinds wat weken is hij de held
En iedereen houdt zijn mond
Want niemand wil er ruzie
Met Minkie en zijn Zombiehond!

Author: Bas